
Driedubbel glas
Driedubbel glas (triple glas): onze specialiteit
Driedubbel glas — ook triple glas, drievoudige beglazing of HR+++ genoemd — is bij Fram de standaard, niet de uitzondering. De ideale keuze voor optimale energie-efficiëntie en comfort in hedendaagse projecten.
Onze specialiteit
Waarom Fram kiest voor driedubbel glas
De energienormen worden steeds strenger en de verwachtingen van eindgebruikers stijgen. Driedubbel glas is niet langer een luxe, maar een logische keuze voor nieuwbouw en grondige renovaties.
Door onze productie te focussen op driedubbel glas kunnen we consistente kwaliteit en scherpe prijzen bieden. Onze geautomatiseerde lijn is geoptimaliseerd voor deze configuratie, wat resulteert in efficiëntie voor zowel ons als onze partners.
- Standaard beschikbaar op alle ramen en deuren
- Geoptimaliseerde productie voor beste prijs-kwaliteit
- Diverse glassoorten en coatings beschikbaar
- Past in moderne EPB-eisen
Bereken je besparing
Voorbeeld met de standaardwaarden: 20 m² ramen (glas + kader). Nu: Oud dubbel glas (zonder coating, vóór ± 2000). Nieuw: PVC (Kömmerling), driedubbel glas. Verwarming: Aardgas, condensatieketel. Energieprijs: € 0,0833 per kWh.
Totale oppervlakte van de ramen die je vervangt, op de buitenmaat van het kader (1 tot 200 m²).
Gemiddelde van de voorbije twaalf maanden: aardgas en elektriciteit okt 2025–sep 2026 (CREG), stookolie sep 2025–aug 2026 (FOD Economie). Vul je eigen prijs in als je die kent.
Staat op je jaarafrekening. Gebruik je dezelfde energie ook voor warm water of koken, dan ligt je verbruik voor verwarming iets lager.
- Verwachte besparing per jaar
- € 120
- tussen € 85 en € 160
- Energie
- ± 125 m³ aardgas (1.450 kWh)
- tussen 90 en 165 m³
- CO₂
- ± 260 kg CO₂ per jaar
- tussen 190 en 350 kg
- Warmteverlies door je ramen
- −72 %
- minder warmteverlies door glas en kader
- Comfort
- Temperatuur van het glas aan de binnenkant (midden van de ruit), bij 20 °C binnen en 0 °C buiten:
- 12,7 °C → 18,4 °C
- Bij 50 % luchtvochtigheid binnen condenseert er dan al vocht op je huidige ramen.
Dat is meer dan een kwart van je verbruik voor verwarming. Controleer oppervlakte en glastype: alleen ramen vervangen bespaart in de praktijk zelden zoveel.
Schatting, geen garantie. De bandbreedte houdt rekening met hoe woningen in de praktijk verwarmd worden.
Hoe rekenen we?
De formule
We berekenen hoeveel warmte er minder door je ramen weglekt: het verschil in U-waarde van het hele raam (glas en kader samen) maal de oppervlakte en de graaddagen van een gemiddeld jaar. Daar trekken we de zonnewarmte van af die je misloopt, omdat driedubbel glas iets minder zon binnenlaat (lagere g-waarde). Die nuttige warmte delen we door het rendement van je verwarming: zo krijg je de energie die je minder koopt. Tot slot vermenigvuldigen we met een realiteitsfactor, omdat woningen in de praktijk minder verbruiken dan berekend.
ΔQ = A × [(Uw,oud − Uw,nieuw) × HDD × 24 / 1000 − (goud − gnieuw) × (1 − FF) × Fsh × Finc × Fdirt × Isol × ηutil]
ΔE = f × ΔQ / η
€ = ΔE × prijs per kWh · CO₂ = ΔE × EF
A = raamoppervlakte, U = warmtedoorgangscoëfficiënt van het hele raam (Uw, glas en kader samen; hoe lager, hoe minder warmteverlies), g = zontoetreding van het glas, HDD = graaddagen, FF = kaderaandeel, F = correcties voor beschaduwing, invalshoek en vuil, I = zoninstraling op de ramen tijdens de stookdagen, η (util) = deel van de zonnewarmte dat nuttig is, f = realiteitsfactor, η = rendement van je verwarming, EF = emissiefactor. Bij stookolie is de prijs per kWh de prijs per liter gedeeld door 10,63 kWh per liter. Voor de ondergrens rekenen we met de lage realiteitsfactor en een Uw van het nieuwe raam die 0,1 W/m²K hoger ligt (eigen, voorzichtige aanname); voor de bovengrens met de hoge realiteitsfactor.
Met de waarden hieronder is HDD × 24 / 1000 = 55,92 kWh per jaar per m² raam en per W/m²K verschil in Uw, en levert elke 0,1 lagere g-waarde 11,6 kWh minder nuttige zonnewarmte per m² raam per jaar.
Gebruikte waarden
| Grootheid | Waarde | Bron |
|---|---|---|
| Klimaat en zon | ||
| Graaddagen 18/15, Brussel-Hoofdstad (BE10), gemiddelde 2016–2025 (2.328, afgerond) | 2.330 K·d per jaar | Eurostat |
| Kaderaandeel van het raam | 0,30 | EPW-methode |
| Beschaduwingsfactor (eigen berekening met de EPB-standaard horizonhoek 25°) | 0,58 | EPW-methode, PVGIS 5.3 |
| Invalshoekcorrectie op de g-waarde | 0,90 | EPW-methode |
| Vervuiling van het glas | 0,95 | EPW-methode |
| Zoninstraling op een verticaal raam tijdens de stookdagen (gemiddelde zuid, oost, west en noord, Ukkel 2005–2023) | 371 kWh/m² | PVGIS 5.3 |
| Benuttingsfactor van de zonnewarmte (eigen modelkeuze; rekenregel EPW §7.6) | 0,90 | EPW-methode, Jokisalo 2007 |
| Ramen | ||
| Enkel glas | Uw 5,1 W/m²K · Ug 5,8 W/m²K · g 0,85 | TRD 2026, VGI 2019 |
| Oud dubbel glas | Uw 2,9 W/m²K · Ug 2,8 W/m²K · g 0,77 | TRD 2026, VGI 2019 |
| Hoogrendementsglas | Uw 1,7 W/m²K · Ug 1,1 W/m²K · g 0,62 | TRD 2026, VGI 2019 |
| Fram PVC (Kömmerling 76 MD), driedubbel glas, referentieraam 1,23 × 1,48 m, warme rand | Uw 0,82 W/m²K · Ug 0,6 W/m²K · g 0,50 | Eigen berekening (EN ISO 10077-1), Kömmerling, Warme Kante, VGI 2019 |
| Fram aluminium (Aliplast Star75), driedubbel glas, referentieraam 1,23 × 1,48 m | Uw 0,94 W/m²K · Ug 0,6 W/m²K · g 0,50 | Aliplast, VGI 2019 |
| Marge voor de ondergrens (eigen aanname): bij metingen lag de Ug van alle vijf geteste driedubbele ruiten hoger dan opgegeven | +0,1 W/m²K op Uw | Ghazi Wakili 2021 |
| Warmteovergangsweerstand binnen (glastemperatuur, midden van de ruit) | 0,13 m²K/W | TRD 2026, Vlaanderen.be |
| Dauwpunt bij 20 °C en 50 % relatieve vochtigheid | 9,3 °C | psychrometrische berekening |
| Verwarming (rendement, bovenste verbrandingswaarde) | ||
| Aardgas, condensatieketel (incl. afgifte en regeling) | 0,76 | EPW-methode |
| Aardgas, oudere ketel | 0,67 | EPW-methode |
| Stookolie | 0,70 | EPW-methode |
| Warmtepomp lucht-water: jaarprestatiefactor × afgifterendement | 3,4 × 0,87 = 2,96 | Fraunhofer ISE 2025, EPW-methode |
| Elektrische verwarming | 0,93 | EPW-methode |
| Energie en CO₂ | ||
| Prijs aardgas (all-in, Vlaanderen, gemiddelde 10/2025–09/2026) | € 0,0833 per kWh | CREG |
| Prijs stookolie (maximumprijs vanaf 2.000 l, gemiddelde 09/2025–08/2026) | € 0,9985 per liter | FOD Economie |
| Prijs elektriciteit (all-in, Vlaanderen, gemiddelde 10/2025–09/2026) | € 0,3555 per kWh | CREG |
| Energie-inhoud aardgas (hoogcalorisch) | 11,63 kWh per m³ | CREG m³, Leefmilieu Brussel |
| Energie-inhoud stookolie | 10,63 kWh per liter | Leefmilieu Brussel |
| CO₂ aardgas (verbranding) | 0,1818 kg per kWh | IPCC 2006 |
| CO₂ stookolie (verbranding) | 0,2508 kg per kWh | IPCC 2006 |
| CO₂e elektriciteit (Belgische productie 2024) | 0,155 kg per kWh | EEA |
| Realiteitsfactor (ingenieursinterpolatie) | ||
| Weinig geïsoleerde woning (enkel of oud dubbel glas) | laag 0,50 · centraal 0,65 · hoog 0,85 | Sunikka-Blank 2012, Majcen 2013, Cozza 2020 |
| Gemiddeld geïsoleerde woning (hoogrendementsglas) | laag 0,65 · centraal 0,80 · hoog 0,95 | Cozza 2020, Staepels 2013, Delghust 2015 |
Realiteitsfactor
Berekeningen overschatten het werkelijke verbruik, vooral in weinig geïsoleerde woningen. Sunikka-Blank en Galvin (2012) vonden bij 3.400 Duitse woningen gemiddeld 30 % minder verbruik dan berekend; Cozza et al. (2020) toonden dat besparingen die vanuit het berekende verbruik voorspeld worden, 37 % te hoog liggen; Majcen et al. (2013) zagen bij bijna 200.000 Nederlandse woningen dat vooral woningen met een slecht label veel minder verbruiken dan berekend. Ook in Vlaanderen ligt het berekende verbruik meestal hoger dan het gemeten verbruik, zelfs bij recente, zuinige woningen: Staepels et al. (2013) vonden bij 70 recente woningen ± 30 % overschatting (verwarming en warm water samen), Delghust et al. (2015) een overschatting bij de meeste van 537 recente EPB-woningen.
De factor per type woning (laag, centraal en hoog) is een ingenieursinterpolatie van deze studies, geen meetwaarde uit één studie.
Wat niet is meegerekend
- Minder tocht en infiltratie door nieuwe, luchtdichtere ramen: metingen lopen sterk uiteen, van bijna geen tot een duidelijke daling. Voorzichtigheidshalve tellen we het niet mee.
- Rebound: een deel van de besparing wordt vaak extra comfort, bijvoorbeeld een warmere woning (Sorrell 2009).
- Regio: we rekenen met de graaddagen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In de Vlaamse provincies ligt dat maar enkele procenten hoger of lager; in de Ardennen zijn er tot ± 25 % meer graaddagen, dus ook meer besparing.
- De Uw-waarden gelden voor een referentieraam van 1,23 × 1,48 m. Kleinere ramen of ramen met veel verdelingen hebben verhoudingsgewijs meer kader en dus een iets hogere Uw. De aansluiting van het raam op de muur en de oriëntatie van je ramen (we rekenen met een gemiddelde van zuid, oost, west en noord) zitten er niet apart in.
- Voor het oude en het nieuwe raam rekenen we met hetzelfde glasaandeel (70 %). Nieuwe kaders zijn vaak iets breder, waardoor er nog iets minder zon binnenkomt. Daardoor kan de werkelijke besparing enkele procenten lager liggen, ruim binnen de bandbreedte.
- All-in prijzen bevatten ook vaste kosten. Per bespaarde kWh bespaar je in werkelijkheid dus iets minder, vooral bij elektriciteit.
- De standaardprijzen zijn gemiddelden over twaalf maanden. In september 2026 lagen de prijzen hoger (aardgas 10,62 c€/kWh en elektriciteit 38,80 c€/kWh in Vlaanderen volgens de CREG, stookolie maximumprijs € 1,56 per liter vanaf 2.000 l). Met je eigen, actuele prijs wordt de schatting nauwkeuriger.
- De emissiefactoren voor aardgas en stookolie gaan enkel over de verbranding, niet over winning en transport. Voor elektriciteit gebruiken we de gemiddelde uitstoot van de Belgische elektriciteitsproductie in 2024 (CO₂-equivalent, EEA); die schommelt van jaar tot jaar.
Stand: september 2026. Prijzen en factoren worden jaarlijks nagekeken.
Bronnen
- Cooling and heating degree days by NUTS 2 regions – annual data (nrg_chddr2_a). Eurostat (data JRC AGRI4CAST), bijgewerkt 8 mei 2026. DOI 10.2908/NRG_CHDDR2_A. Gegevens BE10 via de Eurostat-API. Regio BE10, indicator HDD; gemiddelde 2016–2025 = 2.328 K·d (eigen berekening). Methode (nrg_chdd_esms §3): som van (18 °C − daggemiddelde) op dagen met een daggemiddelde ≤ 15 °C.
- Transmissiereferentiedocument (TRD), bijlage 4 bij het ministerieel besluit van 28 december 2018, versie voor aanvragen vanaf 1 januari 2026. Vlaamse overheid (VEKA), MB 15 december 2025, BS 24 december 2025. §8.5 Eq. 92–95 (p. 43–44, Uw = 0,7 of 0,8 × Ug + 0,3 of 0,2 × Uf + 3 × Ψg); Tabel H.14 (p. 135, Uf); Tabel H.15 (p. 136, Ug); Tabel H.16 (p. 137, g); Tabel E 1 (p. 102, Ψg); §5.3 Tabel [1] (p. 15, Rsi 0,13).
- Een glasheldere kijk op de Belgische beglazingen. Verbond van de Glasindustrie (VGI, Indufed), juli 2019. p. 7: Ug, lichttoetreding en g-waarde per beglazingstype (4 mm enkel glas Ug 5,8; 4/12/4 lucht Ug 2,9, g 0,77; HR 4/15 argon Ug 1,1, g 0,62; driedubbel 4/15/4/15 argon Ug 0,6, g 0,50).
- Bijlage V – Bepalingsmethode van het energieprestatiepeil van woongebouwen (EPW), bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering (VR 2022 2110 DOC.1125/3BIS). Vlaamse Regering (VEKA); dezelfde methode in Bijlage XXI van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, oktober 2022 (Brussel: november 2020). Brusselse Bijlage XXI (EPW-methode). Vlaamse Bijlage V: Tabel [43] afgifterendement (p. 64), Tabel [7] (p. 65), Eq. 331 condensatieketel (p. 84), Tabel [44] (p. 87), Bijlage F Tabel [24] (p. 219). Brusselse Bijlage XXI: §7.6 benuttingsfactor (p. 26), §7.10.3.2 Eq. 52–53 vervuiling 0,95 en glasaandeel 0,7 (p. 39), §7.10.3.3.2 Eq. 54 invalshoek 0,9 (p. 40), Bijlage C.2.4 horizonhoek 25° (p. 184).
- PVGIS 5.3 – uurreeksen zonnestraling (seriescalc), eigen aggregatie. Europese Commissie, Joint Research Centre (JRC), data 2005–2023 (SARAH3/ERA5), opgevraagd 25 september 2026. API-opvraging zuidgevel Ukkel 2005–2023 (JSON, ± 18 MB). Ukkel, verticaal vlak, dagen met daggemiddelde ≤ 15 °C: zuid 589,7, oost 372,0, west 363,8, noord 158,5 kWh/m² (gemiddelde 371). Beschaduwing met horizonhoek 25° op dezelfde uurwaarden: gemiddeld ± 0,58.
- Performance of EN ISO 13790 utilisation factor heat demand calculation method in a cold climate. Jokisalo & Kurnitski, Energy and Buildings 39(2), 236–247, 2007. DOI 10.1016/j.enbuild.2006.06.007. Achtergrond bij de onzekerheid van de benuttingsfactor; de rekenregel zelf komt uit de EPW-methode §7.6.
- Uw-controletabel Kömmerling 76 MD volgens EN ISO 10077-1 (verwerker Porta Fenster), met eigen herberekening. Porta Fenster (tabel); herberekening Fram, formule zoals in TRD Eq. 19, september 2026. Referentieraam 1,23 × 1,48 m (Aw 1,8204 m²), aanzichtbreedte kader + vleugel 0,12 m, Ug 0,6, Uf 1,0 (Kömmerling 76 MD), Ψ 0,036 W/mK: Uw = (1,2276 × 0,6 + 0,5928 × 1,0 + 4,46 × 0,036) / 1,8204 = 0,818. De link is een controletabel van een Kömmerling-verwerker (76 MD, zelfde maat). De norm zelf is betalend en niet ingezien. Met staalversterking (Uf 1,1–1,2) wordt Uw ± 0,84–0,87; de ondergrens (+0,1 W/m²K) dekt dat.
- Kömmerling-systemen bij Fram (76 AD, 76 MD, 88 MD). Fram, september 2026. Tabel systemen: Uf 76 MD tot 1,0 W/(m²K).
- 'Warm Edge' Working Party – Data sheets Psi values for windows. Arbeitskreis Warme Kante, Bundesverband Flachglas e.V. (kopie gehost door de Masaryk-universiteit), 2008–2013 (revisies per blad). Datasheets kunststofkader, driedubbel glas: Ψ 0,030–0,050 W/mK.
- Star75 – productpagina. Aliplast, geraadpleegd 25 september 2026. Uw 0,94 W/m²K bij 1230 × 1480 mm, Ug 0,6, Ψ 0,036. Zie ook /merken/aliplast/.
- Ug-value and edge heat loss of triple glazed insulating glass units: A comparison between measured and declared values. Ghazi Wakili et al., Journal of Building Engineering 44, 103031, 2021. DOI 10.1016/j.jobe.2021.103031. Vijf driedubbele beglazingen met gedeclareerde Ug 0,6: alle vijf gemeten hoger. De marge van 0,1 W/m²K op Uw is een eigen, voorzichtige aanname; de grootte komt niet uit het artikel.
- Hoogrendementsglas. Vlaamse overheid (vlaanderen.be), geraadpleegd 25 september 2026. Glastemperatuur binnen bij 0 °C buiten en 20 °C binnen: enkel glas 5,6 °C, dubbel glas 12,8 °C, hoogrendementsglas 17,3 °C, drievoudig glas 18,5 °C (controle van de formule 20 − 0,13 × Ug × 20).
- Wärmepumpen heizen auch im Altbau klimafreundlich (persbericht, project WP-QS im Bestand). Fraunhofer ISE, 3 november 2025. p. 2: lucht-waterwarmtepompen in bestaande woningen halen gemiddeld een jaarprestatiefactor (JAZ) van 3,4 (bereik 2,6–4,9).
- Maandelijkse boordtabel elektriciteit en aardgas – september 2026 (en de boordtabellen van 12/2025, 03/2026 en 06/2026). CREG, september 2026. Vlaanderen, residentieel, all-in: aardgas T2 17.000 kWh en elektriciteit Dc 3.500 kWh enkelvoudig. Gemiddelde van de maandwaarden 10/2025–09/2026: 8,33 c€/kWh aardgas, 35,55 c€/kWh elektriciteit.
- Omzetting m³ gas naar kWh. CREG, geraadpleegd 25 september 2026. De calorische bovenwaarde schommelt rond 11,6 kWh/m³ voor hoogcalorisch gas (H).
- Officieel tarief van de aardolieproducten (maximumprijzen) en maandgemiddelden gasolie verwarming. FOD Economie, AD Energie (be.STAT), tarief nr. 2026/186 geldig vanaf 26 september 2026; be.STAT geraadpleegd 25 september 2026. Maandgemiddelden maximumprijs gasolie verwarming (be.STAT, FOD Economie). Gasolie verwarming (H0/H7) vanaf 2.000 liter, incl. btw. Gemiddelde van de maandgemiddelden 09/2025–08/2026 (be.STAT): € 0,9985 per liter. De link naar het officiële tarief toont altijd de meest recente lijst.
- 2006 IPCC Guidelines for National Greenhouse Gas Inventories, Vol. 2 Energy, Ch. 2 Stationary Combustion. IPCC / IGES, 2006. Table 2.5 (residentieel): aardgas 56.100 en gasolie 74.100 kg CO₂/TJ op onderste verbrandingswaarde; omgerekend naar bovenste verbrandingswaarde met 0,90 en 0,94 (EPW Bijlage F): 0,1818 en 0,2508 kg/kWh. Enkel CO₂ uit verbranding.
- Greenhouse gas emission intensity of electricity generation. European Environment Agency (EEA), gepubliceerd 6 november 2025, gewijzigd 10 juli 2026. Landengrafiek, België 2024: 155 g CO₂e per kWh.
- Berekeningsmethode voor de EPB-certificering van openbare gebouwen (bijlage 1), versie 11/18. Leefmilieu Brussel, november 2018. Tabel 1 (p. 7): stookolie 10,63 kWh per liter; aardgas type H 11,63 kWh per m³ (bovenste verbrandingswaarde).
- Introducing the prebound effect: the gap between performance and actual energy consumption. Sunikka-Blank & Galvin, Building Research & Information 40(3), 260–273, 2012. DOI 10.1080/09613218.2012.690952. 3.400 Duitse woningen: gemiddeld 30 % minder verbruik dan berekend; het verschil groeit naarmate de woning slechter scoort.
- Theoretical vs. actual energy consumption of labelled dwellings in the Netherlands: Discrepancies and policy implications. Majcen, Itard & Visscher, Energy Policy 54, 125–136, 2013. DOI 10.1016/j.enpol.2012.11.008. Bijna 200.000 Nederlandse woningen: woningen met een slecht label verbruiken veel minder dan berekend.
- Do energy performance certificates allow reliable predictions of actual energy consumption and savings? Learning from the Swiss national database. Cozza et al., Energy and Buildings 224, 110235, 2020. DOI 10.1016/j.enbuild.2020.110235. 1.172 Zwitserse gebouwen: besparingen berekend vanuit het theoretische verbruik zijn 37 % overschat.
- Regulatory energy calculations versus real energy use in high-performance houses. Delghust, Roelens, Tanghe, De Weerdt & Janssens, Building Research & Information 43(6), 675–690, 2015. DOI 10.1080/09613218.2015.1033874. 537 recente, zeer zuinige Vlaamse EPB-woningen (nieuwbouw): de officiële methode overschat het verwarmingsverbruik van de meeste woningen.
- Energy performance labels for dwellings versus real energy consumption. Staepels, Verbeeck, Roels, Van Gelder & Bauwens, Proceedings of Building Simulation 2013 (13th IBPSA Conference, Chambéry), 2013. DOI 10.26868/25222708.2013.1331. 70 recente Vlaamse woningen (nieuwbouw vanaf ± 2006, zonder zonneboiler): berekend verbruik voor verwarming en warm water samen ± 30 % hoger dan het gemeten gasverbruik, vooral door het deel voor warm water (p. 7–8).
- Empirical estimates of the direct rebound effect: A review. Sorrell, Dimitropoulos & Sommerville, Energy Policy 37(4), 1356–1371, 2009. DOI 10.1016/j.enpol.2008.11.026. Directe rebound bij energiediensten van huishoudens in de OESO, waaronder verwarming, doorgaans kleiner dan 30 %.
Voordelen
Voordelen van driedubbel glas
✓
Thermische isolatie
Tot 40% betere isolatiewaarde in vergelijking met dubbel glas. Lagere stookkosten, comfortabeler binnenklimaat.
✓
Akoestische isolatie
De extra glaslaag dempt geluid aanzienlijk. Ideaal voor projecten in stedelijke omgevingen of nabij drukke wegen.
✓
Zonwering
Diverse glassoorten beschikbaar voor een optimale balans tussen lichtdoorlatendheid en zonwering.
✓
Duurzaamheid
Draagt bij aan lagere energiefacturen en verminderde CO₂-uitstoot. Past in hedendaagse duurzaamheidseisen.
FAQ
Veelgestelde vragen over driedubbel glas
Wat is het verschil tussen dubbel en driedubbel glas?
Driedubbel glas (ook triple glas of drievoudige beglazing genoemd) bestaat uit drie glasbladen met twee met edelgas (argon) gevulde spouwen; dubbel glas heeft twee bladen en één spouw. Die extra laag en spouw geven een lagere U-waarde — bij Fram 0,6 W/m²K tegenover ±1,1 W/m²K voor dubbel glas — dus minder warmteverlies, meer comfort en een betere geluidsisolatie.
Wat zijn de nadelen van driedubbel glas?
Driedubbel glas is zwaarder (stevigere profielen en beslag nodig — bij Fram standaard voorzien), het kost iets meer dan dubbel glas en laat een fractie minder licht en zonnewarmte binnen. Bij zeer goed geïsoleerde woningen kan er ’s ochtends soms condens op de buitenkant staan: een teken dat het glas zijn werk doet. Voor nieuwbouw en grondige renovatie wegen de voordelen ruim op tegen deze nadelen.
Wat kost driedubbel glas per m²?
De meerprijs tegenover dubbel glas ligt in de markt doorgaans rond enkele tientallen euro per m² glas (indicatief €30–60/m²), afhankelijk van coating, glasdikte en formaat. Bij Fram is driedubbel glas standaard inbegrepen in de raamprijs; professionele partners krijgen volumeprijzen op maat van hun project. Vraag een offerte aan voor exacte prijzen.
Is driedubbel glas zwaarder dan dubbel glas?
Ja. Door het extra glasblad weegt driedubbel glas ongeveer de helft meer dan dubbel glas. Onze PVC- en aluminiumprofielen, het beslag en de scharnieren zijn daarop ontworpen. Voor grote formaten adviseren we de juiste profielkeuze en glasdikte.
Welke Ug-waarde heeft jullie driedubbel glas?
Ons standaard driedubbel glas heeft een Ug-waarde van 0,6 W/m²K (hoogrendementsglas, HR+++). Afhankelijk van coatings, glasdikte en spouwvulling zijn andere configuraties mogelijk — we adviseren per project de beste combinatie.
Is driedubbel glas verplicht bij nieuwbouw?
Driedubbel glas is op zich niet verplicht, maar de EPB-eisen en het E-peil in Vlaanderen zijn zo streng dat drievoudige beglazing bij nieuwbouw en BEN-woningen vaak de logische en meest economische keuze is om de normen te halen.
Komt driedubbel glas in aanmerking voor premies?
In Vlaanderen komt hoogrendementsglas met een Ug-waarde van maximaal 1,0 W/m²K in aanmerking voor de Mijn VerbouwPremie; ons driedubbel glas (Ug 0,6) voldoet daar ruim aan. Voorwaarden en bedragen wijzigen regelmatig — controleer de actuele regels op vlaanderen.be of vraag het aan je installateur.
Kan ik driedubbel glas combineren met zonwering?
Zeker. We leveren driedubbel glas met zonwerende coatings (lagere g-waarde), en het is perfect te combineren met buitenzonwering zoals screens of rolluiken. Zo behoud je maximale lichtinval én zomercomfort.
Meer weten over driedubbel glas?
Neem contact op voor technisch advies of een offerte. Wij adviseren je graag over de beste glasconfiguratie voor jouw project.
Ben je particulier? Vraag je offerte en installatie aan via onze partner Cralux.